Deeltoets 3 (TTT) is een soort proefexamen. De instructeur kan deze aanvragen zodra je gewenste rijniveau voldoende is. Deeltoets 1 en 2 worden afgenomen door je eigen instructeur. Deeltoets 3  wordt afgenomen na  ongeveer driekwart van je rijopleiding. Je rijdt dan een  examenroute met een CBR examinator .

De toets is een kans bij uitstek om alvast te wennen aan de examensituatie. Nervositeit wordt met de toets bij veel kandidaten weggenomen.

Tijdens de deeltoets heeft de examinator inzage in je leerlingboek en kan hij je vorderingen goed beoordelen. Hij zal je tevens tips ter verbetering geven. Tevens  kun je tijdens deze toets vrijstelling verdienen voor het onderdeel bijzondere manoeuvres op het eerstvolgende praktijkexamen.

Wat je moet meenemen naar de deeltoets is een geldig legitimatiebewijs.

Een belangrijk onderdeel van de deeltoets en het examen is het zelfstandig route rijden. De kandidaat rijdt  een deel van de rit zonder aanwijzingen van de examinator. De examinator bepaalt vooraf hoe de kandidaat het onderdeel ‘zelfstandig rijden’ moet uitvoeren. Dit meldt hij de kandidaat aan het begin van de rit.  Het zelfstandig rijden zal minimaal tien tot maximaal vijftien minuten van de toets en het examen in beslag nemen. De totale examentijd blijft hetzelfde. Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich, wel de wijze waarop de kandidaat zijn verkeerstaak uitvoert.  

Het ‘zelfstandig route rijden’ kan op drie manieren worden uitgevoerd.

Naar een oriëntatiepunt
De examinator kan voor of tijdens het examen je de opdracht geven om naar een markante plaats of gebouw te rijden,  maar kan er ook mee worden afgesloten om vanaf een oriëntatiepunt terug naar de examenplaats te rijden.

Clusteropdracht
Meerdere routeopdrachten tegelijk
De clusteropdracht betreft een gedeelte van de route. Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere keren herhaald worden om te checken of de kandidaat het begrepen heeft. Het is een nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een voorbijganger en vervolgens krijgt uitgelegd hoe hij naar de gevraagde locatie moet komen. De reeks van routeopdrachten zal bestaan uit minimaal drie en maximaal vijf opdrachten

Navigatiesysteem
De examinator geeft je de opdracht om de navigatie te gaan gebruiken. Je moet deze volgens opdracht zelfstandig instellen naar o.a. favorieten, plaats,  straat,   huisnummer, kortste of snelste route e.d. 

Bijzondere manoeuvres
Er is met opzet voor de term bijzondere manoeuvres gekozen om het verschil aan te geven met de huidige bijzondere verrichtingen. Het vernieuwde rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres: een omkeeropdracht, een parkeeropdracht en een stopopdracht.

Omkeeropdracht
Bij de omkeeropdracht krijgt de kandidaat al rijdende te horen dat hij de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. De kandidaat kiest zelf de plaats en de wijze waarop hij keert. Hij kan dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. De kandidaat moet laten zien dat hij op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.

Parkeeropdracht
De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijgt de kandidaat de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaalt de kandidaat zelf hoe hij de parkeeropdracht uitvoert.

Stopopdracht
Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet de kandidaat zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat de kandidaat een juiste inschatting heeft van de lengte van de neus van de auto.

Van deze drie opdrachten kiest de examinator er twee.

Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren.

Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop de kandidaat de opdracht uitvoert.